Geschiedenis van de Ned. Hervormde Kerk van Vierhuizen

Uit Dorpsbabbel nr 51

Het oudste gedeelte van de kerk

is vermoedelijk van ca. 1200, een rechthoekige zaalkerk van 12 meter lang en 8 meter breed, gebouwd van tufsteen. Deze steensoort is afkomstig uit het Eifelgebergte in Duitsland. Via grote rivieren als de Rijn en de IJssel werd deze steensoort naar Utrecht en Deventer vervoerd, vanwaar ze werd doorverkocht naar o.a. Vierhuizen, om daar als bouwmateriaal voor de kerk te dienen. Omstreeks 1250 gingen de monniken over op grote bakstenen, de zgn. kloostermoppen, omdat het vervoer van tufsteen dermate kostbaar werd, dat het voordeliger was om stenen uit eigen grond te bakken. Aan de oude Romaanse kerk werd tegen het jaar 1400 een gotisch koor gebouwd. Dit koor is een vierkant van 8 meter lang en 8 meter breed, waarvan in de muren nog sporen van het aaneenhechten te vinden zijn.

Los van de kerk stond een zware zadeldaktoren, ook van tufsteen, plm. 14 meter ten zuiden van de kerk. Volgens een oude overlevering zou deze toren gebouwd zijn van stenen, afkomstig van een kerk met zadeldaktoren van een dorp, dat in het Uitland heeft gelegen. Dit dorp, genaamd Maddens wordt omstreeks 1400 nog vermeld op de decanaat-lijst der Friese gouwen. Op de lijst van parochie kerken in 1559 komt Maddens niet meer voor. Het Uitland was een stuk buitendijks kwelderland ten zuid-westen van Vierhuizen, gelegen achter de Panserpolder. In 1626 was het nog 110 jukken groot, doch bij de inpolderring van de Lauwerszee in 1969 was het, op een klein gedeelte na, weggespoeld.

In 1630 werd in deze zadeldaktoren een nieuwe klok gehangen met het opschrift: Anno 1630 hebben Anna Lewe, arfvrouw tho Asinga, Frow tot Panser etc. en de Geert Lewe en Anna Lewe, Joncker en de Frow tot Bewsum etc. als enigste collatoren tot Vierhuizen ter eeren Godes deze clocke laten gieten. - M.Noeolas Rovier, ± Andre Aubertin me fererunt I.L. ( = hebben mij hier gemaakt) Claes Hendrik Eppe Gerits, Vogden."

In 1644 werd de kerk duchtig onder handen genomen, zozeer dat latere geslachten doorgeven, dat er een nieuwe kerk zou zijn gebouwd. Waarschijnlijk werd toen het oude gedeelte opgetrokken tot de hoogte van het koor, en werden de ramen vergroot.

In 1839 werd de oude losstaande toren afgebroken en in 1844 wordt een nieuwe, tegen de kerk staande, naaldtoren gebouwd. De stang met windwijzer van de oude toren werd weer gebruikt voor de nieuwe toren. Tevens komt er een uurwerk met wijzerplaten in de toren. Waarschijnlijk om de kosten van deze operatie te bestrijden wordt op 8 april 1840 per advertentie een grote partij afbraak van de oude toren en tevens de klok met een uitmuntende klank te koop aangeboden. Door een intekenlijst te laten rond gaan, waarop 53 personen hebben getekend, zal de opbrengst hiervan zodanig zijn meegevallen, dat de klok niet werd verkocht maar in de nieuwe toren gehangen.

In 1869 worden kerk en toren bepleisterd met portland-cement. Het orgel uit 1845 wordt in 1875 verwijderd om in 1893 plaats te maken voor het huidige orgel, geleverd door de fa. van Oekelen. Dit orgel heeft 6 stemmen.

Bij het leggen van een nieuwe vloer in 1909 in het koor der kerk is gebleken, dat daaronder geen grafzerken aanwezig zijn. Aan de noordzijde werden slechts losse beenderen gevonden. Aan de zuidzijde nog een volledig geraamte alsmede geringe sporen van een kist en ijzerwerk. Of er een grafkelder is geweest blijft nog twijfelachtig, wel stuitte men bij het graven aan de noordzijde op een klein gedeelte muur.

In 1943 werd de torenklok gevorderd door de bezetter en in 1944 afgevoerd naar Duitsland om te worden omgesmolten tot oorlogstuig. Voor onze klok kwam het einde van de oorlog net op tijd. Na de bevrijding werd hij teruggevonden in Hamburg, en op 11 december 1945 werd hij weer op zijn oude plaats teruggehangen.

Gedeeltelijk uit:
De Westpolder, door J.S. van Weerden
Kerken met een leeuw in de gemeente Ulrum, door J.W. Zonderman.

Dorpsbabbel archief

Dorpsbabbel home